Copyright © 2017 Liber Vitae.
Het materiaal op deze website is zuiver informatief. Doe niet aan zelf-medicatie en raadpleeg altijd een arts of apotheker als je klachten hebt.

Moerasspirea (Filipendula ulmaria)

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Inhoud: * Historiek
* Plantenprofiel * Bloeitijd * Voorkomen
* Gebruikte delen * Inhoudsstoffen * Werking
* Indicaties * Contra-Indicaties * Bijwerkingen
* Interacties * Doseringen * Synergie
Moerasspirea
Moerasspirea (Filipendula ulmaria)
Familie > Wilde Planten > Rozenfamilie

Historiek

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, ‘Filipendula’, is afkomstig van de Latijnse woorden ‘filum’ dat ‘draad’ betekent en ‘pendulum’ dat ‘hangen’ betekent. Met deze ‘hangende draden’ worden de karakteristieke wortels beschreven. Het tweede deel, ‘ulmaria’ betekent in het Latijn ‘zoals een iep’. Niet dat de moerasspirea op een iep lijkt (enkel het blad vertoont een gelijkenis) maar het geeft wel aan dat beide dezelfde werkzame stoffen hebben. Het Nederlandse 'spirea' komt van het Griekse woord 'speiraie' dat 'spiraal' betekent en de vorm van de zaden beschrijft.

Moerasspirea was samen met de Mentha Aquatica (watermunt) en de Verbena Officinalis (ijzerhard) één van de drie heilige kruiden van de Druïden.

De moerasspirea (Filipendula ulmaria) geurt (en smaakt) naar amandel. De plant werd dan ook vroeger veel gebruikt om onplezierige luchtjes uit een huis te krijgen (strooikruid). "Een kruid waarvan de geur het hart vrolijk en blijde maakt en de zintuigen in verrukking brengt" schreef Gerard in de 17de eeuw. Ook nu nog vind je ze in potpourrie terug. Ook werden bier en wijn gekruid met de moerasspirea, terwijl de bloemen in konfituren werden toegevoegd om ze een fijn amandelsmaakje te geven.

Echt ver gaat de geschiedenis van de moerasspirea niet terug, al stond de plant wel al vroeg bekend om zijn heilzame eigenschappen. De plant heeft onder meer een positief effect voor soepele gewrichten. Tevens heeft de plant pijnstillende, koortsverlagende en ontstekingsremmende eigenschappen, en werd hij vroeger gebruikt tegen malaria en buikloop.  In de volksgeneeskunde (oa bij Broeder Aloysius) werd moerasspirea ook aangeraden voor blaas- en nierontstekingen.

Pasgehuwden kregen moerasspireabloemen toegegooid of kregen er als geluksbrenger een slinger van aangeboden.

Ook diende het kruid als aromatische toevoeging voor wijn en bier.

Dodoens wees op een koortswerende werking bij oa verkoudheden ondermeer als een afkooksel van de wortel in wijn; Culpeper schreef het voor bij vloeiïngen van elke aard (vooral bij diarree); tijdens de Renaissance vooral gebruikt ter verlichting van reumatische pijnen door de urinedrijvende, zuiverende werking en om te koorts verminderen.

Achteraf hebben wetenschappers uit de moerasspirea de inhoudsstof 'salicine' gedefinieerd, chemisch verwant aan 'salicylzuur' . Acetylsalicylzuur is beter gekend onder de naam aspirine dat er trouwens van afgeleid is. De A staat voor acetyl en spir wijst naar het sap van de moerasspirea. Het was trouwens de eerste plant waarin men rond 1827 salicylzuurderivaten aantrof, die rond 1838 voor het eerst konden geëxtraheerd worden. Het gebruik van deze plant zal evenwel niet de bijwerkingen van de aspirine vertonen, zo zal het de maag niet belasten, omdat de salicylaten nauwelijks voorkomen als vrij salicylzuur maar in de natuur vergezeld zijn van andere stoffen zoals looistoffen en flavonoïden.

Ook in de bast van de zilverwilg vind je salicyl terug. De Romeinen gebruikten pasta’s & sap van deze bast al om koorts en eksterogen te behandelen en Hippocrates beschreef het effect hiervan. Of ze ook de werking van de moerasspirea kenden is onduidelijk.

 

Plantenprofiel

  • het is een vaste plant uit de rozenfamilie (Rosaceae)
  • een mooie, sierlijke, winterharde, overblijvende plant (tot 1,8 m)
  • een aromatische, vlezige, knopige wortelstok
  • een krachtige, stijve, gegroefde, holle en vertakte roodachtige stengel
  • draagt alternerend geplaatste, geveerde bladeren (tot 30 cm) met 5 à 15 ovale, scherpgetande deelblaadjes van onregelmatige grootte en een handvormig gespleten topblad; er zijn bovendien gezaagde steunblaadjes
  • de bladeren zijn helder- tot donkergroen aan de bovenkant en onderaan viltig en zilverkleurig, sterk generfd
  • dichte, onregelmatig gevormde, schermvormige trossen (20 à 25 cm) van roomwitte, naar amandelen en honing, geurende bloempjes
  • de vruchtjes zijn spiraalvormig gewonden dopjes die kleine bruine zaden bevatten

De gedroogde bloemen en bladeren ruiken naar methylsalicylaat ( zoals de spierzalf "Algipan" en de EO "wintergreen" ruiken)

 

Bloeitijd

 Van juni tot en met augustus.

 

Voorkomen

De namen "queen of meadows", "reine des prés", en "koningin der weiden" wijzen erop dat deze herkenbare plant met zijn roomkleurige bloemtrossen tijdens de bloei, het prachtige uitzicht  van vochtige gebieden domineert.

  • Inheems in de gematigde streken van Europa, oostelijk Noord-Afrika, van West-Azië tot China. Nu ook ingeburgers in Noord-Amerika.
  • Groeit bij voorkeur op drassige, vochtige, moerassige bodems; liefst rijke, kalkhoudende en alkalische gronden
  • In de zon en halfschaduw groeit de plant het best
  • Te vinden aan slootkanten, op vochtige weilanden, in rietmoerassen, aan oevers van rieviertjes en vijvers, in vochtige bossen en hagen
  • Houdt niet van zurige grond 

 

Gebruikte delen

  • Flos Filipendulae Ulmariae of Flos Spireae: de bloemen
  • soms Herba Filipendulae Ulmariae of Herba Spireae: de bloeiende toppen of het bovengrondse kruid geplukt tijdens de bloei
  • zelden de Radix Filipendulae Ulmariae of Radix Spireae: de wortel

  

Inhoudsstoffen

BLOEMEN:

  • etherische olie (0,2%): met vooral salicylaldehyde (75%) verder nog methylsalicylaat (1,5%), fenylethylalcohol (3%), anisaldehyde (2%), benzylalcohol, vrij salicylzuur, vanilline...
  • fenolglycosiden: monotropitoside (het xyloglycoside van methylsalicylaat), spireoside of spiraeine (het xyloglycoside van salicylaldehyde), salicoside (zet salicine vrij), isosalicoside
  • flavonoïden (1 à 3% in de bloeiende toppen en 6% in de bloemen) vnml flavonolglycosiden waaronder spiraeoside of quercetine 4'glucoside (dat ong 70% van de flavonoïden uitmaakt) en quercetine- en kaemferolderivaten; verder hyperoside (eerder in de bladeren en stengels), rutine...
  • looistoffen (10 à 20%)
  • anthocyanine, anthocyanidine
  • vit C en minerale zouten, siliciumzuur, siliciumdioxide, Ca, Fe, S
  • slijmstoffen
  • coumarines
  • vetzuren
  • citroenzuur 

 

Werking

Er gebeurt in het lichaam een omzetting van de salicylverbindingen zoals salicylaldehyde, methylsalicylaat en salicine tot saligenine in de darm dat vervolgens in de lever wordt geöxideerd tot salicylzuur; dit werkt als "natuurlijke aspirine" door via bepaalde chemische stappen de synthese van pro-inflammatoire prostaglandines af te remmen.

INWENDIG:

  • ontstekingsremmend, pijnstillend
  • diuretisch (door de minerale zouten), urinezuurdrijvend, bloedzuiverend
  • bindweefselversterkend (door Si-zuur en Si-dioxide)
  • anti-reumatisch
  • spierontspannend
  • mild antiseptisch op de urinewegen en darmen
  • bacteriostatisch tegen: Shigella Dysentricae, Staphilococcus Aureus, E. Coli, Proteus Vulgaris
  • adstringerend en kalmerend op de slijmvliezen van de maag en darmen
  • bloedingsremmend (door de looistoffen)
  • beschermend tegen maag- en duodenumzweren
  • krampopheffend (door de flavonoïden vnml quercetine)
  • zweetdrijvend, koortswerend (door de salicylaten)
  • Bloedverdunnend (door heparine-achtige componenten)
  • galdrijvend (door vanilline) 

UITWENDIG:

  • zwak adstringerend, wondhelend (door looistoffen)
  • ontstekingswerend, pijnstillend (door methylsalicylaat)
  • bacteriostatisch effect 

Cosmetisch:

  • de bloemen worden gebruikt in de parfumindustrie en verwerkt in huidlotions en massageoliën
  • een crème van blad en bloemen of een brijomslag van verse bladeren kan gebruikt worden bij couperose
  • aftreksels of crèmes worden ook gebruikt om de huid lichter te maken
  • baden van moerasspirea en schietwilg ter ondersteuning van vermageringskuren: geconcentreerd aftreksel van 500 gr kruiden aan het badwater toevoegen

Culinair:

  • de bloemen hebben een honing amandelgeur en een licht bittere, samentrekkende smaak
  • de bloemen worden verwerkt in bieren, mede, cideer, kruidenwijnen, jam, gelei, compotes, siropen, sappen, kruidenazijn
  • de jonge blaadjes worden soms aan salades toegevoegd, ze geven er een komkommerachtige smaak aan
  • in stoofgerechten en soepen

Enkele recepten:

Voor een heerlijke zomerse drank heb je 5 bloemschermen van de moerasspirea nodig. Overgiet die met een fles witte wijn. Laat de lekkernij-in-wording nu acht dagen op een frisse plek staan. Zeef de wijn en doe er eventueel nog wat vloeibare honing bij.

Hoofdpijnthee: ¼ lavendel, ¼ ijzerhard, ¼ basilicum, ¼ moerasspirea. Deze thee ontkrampt de zenuwen in het achterhoofd, geeft lucht en stilt de pijn. Hij is niet geschikt voor kinderen tenzij men de moerasspirea vervangt door vlier of citroenmelisse. De smaak is pittigfris.

Sabayon van moerasspirea

4 eieren
125 gram suiker
1 theelepel citroensap
50 gram bloemen van moerasspirea
200 gram frambozen

Klop de eieren met de suiker en het citroensap in een kom boven een pan kokend water gedurende 5 tot 10 minuten tot het mengsel dik wordt. Haal de bloemetjes los van de takjes (dat gaat heel makkelijk als de bloemetjes even in een gesloten plastic zak in de zon worden gelegd). Bewaar er een paar om mee te garneren. Hak de rest fijn en voeg toe aan het mengsel. Verdeel de frambozen over 4 bakjes en giet de geurige sabayon erover heen.
Garneer met de apart gehouden bloemetjes.

Verder belang:

Een gele kleurstof, uit de hele plant, dient voor het verven van wol en stoffen; er wordt zwarte kleurstof uit de wortels verkregen; blad en bloem zijn geliefd in potpourri's. 

 

Indicaties

INWENDIG:

  • spier- en gewrichtsaandoeningen: artrose, artritis, jicht, ischias, lumbago, pijnlijke spieren en stramme gewrichten
  • adjuvans bij hoofdpijn, neuralgieën, tandpijn
  • oedemen van vnml benen en buik
  • te weinig aanmaak urine
  • ophoping van afvalstoffen, ter bloedzuivering, in lentekuren
  • adjuvans bij blaas-, nier- en nierbekkenontsteking, ter preventie van blaas- en nierstenen
  • ondersteunt de afslanking bij obesitas, bij cellulitis
  • adjuvans bij hypertensie (hoge bloeddruk)
  • huiduitslag
  • maagwandontsteking, brandend maagzuur en zure oprispingen, ter preventie van maagzweren
  • diarree en dysenterie (ook bij kinderen maar opgelet bij doses)
  • chronische diarree en inflammatoire darmziekten
  • ondersteunend bij griep, verkoudheden, griepale aandoeningen met koorts
  • adjuvans bij angor (hartkramp)
  • adjuvans in de preventie van hart- en vaatziekten (angina pectoris, angor, infarct) eventueel in combinatie met meidoorn

UITWENDIG:

  • wonden, schaafwonden, zweren, zwemmerseczeem
  • reumatische spier- en gewrichtspijnen
  • preventie van baarmoederhalskanker, bij afwijkingen in de cellijnen van de baarmoederhals

 

Contra-indicaties

  • niet geven aan personen die overgevoelig zijn aan aspirine of salicylaten; bij astmalijders onder deskundig toezicht (kan, maar zelden, een reactie van bronchiale spasmen, netelroos of urticaria geven)
  • tijdens de zwangerschap (omwille van een gebrek aan studie)
  • tijdens het zogen, want de derivaten kunnen overgaan in de melk
  • vanwege het mogelijk bloedverdunnend effect niet geven voor een chirurgische of tandheelkundige ingreep (minstens 36 u), niet geven bij personen met een kans op actieve inwendige bloeding bvb maag- en darmulceraties. 

 

Bijwerkingen

 Er is geen melding van acute of chronische toxiciteit bij de aangegeven doses

  • er zijn geen bijwerkingen van de salicylverbindingen aangezien deze niet etsend zijn op de maag omdat de actieve salicylaten pas na darmresorptie vrijkomen; bovendien zijn er ook begeleidende slijmstoffen en adstringerende looistoffen waardoor er een betere maagtolerantie, afwezigheid van bloedingen, geen verlaging van vit C, zink en foliumzuur is bij langdurig gebruik.
  • in tegenstelling tot acetylsalicylzuur, hebben de salicylaten van moerasspirea geen of nauwelijks een bloedverdunnend effect; er zou echter wel een heparine-achtige stof zijn die een antitrombotische, anticoagulerende en fibrinolytische werking bezit.
  • bij een te hoge dosis kan er misselijkheid, braken, hartritmestoornissen en een bloed in de urine voorkomen.
  • bij een gekende voorgeschiedenis van bloedingen of maagaandoeningen, enkel innemen onder deskundig toezicht.

 

Interacties

Er zijn mogelijk interacties met:

  • bloedverdunners (aspirine, anticoagulantia, heparine, ontstekingremmers
  • diuretica, hartritmemedicatie, hartglycosiden, theophyllinederivaten (anti-astma) omdat deze door het diuretisch effect de electrolytenbalans in het lichaam kunnen beïnvloeden 

 

Doseringen

INWENDIG:

Voldoende lang innemen voor een duurzaam effect bij gewrichtsaandoeningen.

Gebruik geen kokend water of laat de bereiding niet koken, zoniet verdwijnt het salicylzuur in de stoom.

Indien een adstringerend effect gewenst is maakt men gebruik van waterige extracten (bevatten meer looistoffen) en minder van alcoholische extracten (die minder looistoffen bevatten).

De aangeraden dagelijkse hoeveelheid bedraagt het equivalent van 2,5 à 3,5 gr bloemen of 4 à 5 gr kruid.

  • moedertinctuur: 3x 40 dr /dag
  • infuus van bloemen: bij reumatische aandoeningen: 1 eetlepel of 3 à 6 gr /tas of 50 gr op 1 liter heet (net niet kokend) water, afdekken, 10' laten trekken, resp. 1 à 2 of 3 à 5 tassen /dag
  • infuus van het kruid: 50 g op 1 liter water meerdere tassen per dag warm opdrinken of 2 eetlepels gedroogd en fijngewreven kruid (blad) overgieten met 250 ml warm water en daarvan 3 koppen /dag drinken.
  • nebulisaat (1:10): 150 à 600 mg /dag
  • fijngemalen (onder lage temp.) totaalpoeder, gestandaardiseerd op 2,2% flavonoïden: 2 capsules à 300 mg, 2x /dag bij de hoofdmaaltijden met een glas water innemen
  • extract, gestandaardiseerd op 1% flavonolglycosiden: 3x /dag 250 à 500 mg

UITWENDIG:

  • afkooksel: voor adstringerend gebruik: 100 gr op 1 L water

 

Synergie

Er zijn ook hier weer tal van mogelijkheden bvb:

  • met heermoes (kruid) en zwarte bes (blad) bij artrose
  • met echte kamille (bloem) en citroenmelisse (blad) bij inflammatoire darmziekten
  • met echte heemst (wortel) en citroenmelisseblad bij maagklachten
  • met duivelsklauw en schietwilgbast bij reumatische aandoeningen
  • met gewone es (blad) en zwarte bes (blad) resp. 25 g moerasspireakruid, 50 g/ 25 g bij reuma en jicht
  • met grote brandnetel (kruid), driekleurig viooltje (kruid) en berkenblad, gelijke delen in een bloedzuiverende zweetverwekkende mengeling

 

 

 

 

Literatuurlijst en Referenties * Top